U kunt gebruik maken van de zoekbalk of onderstaande navigatie

Blog Wil- Gedragskundige, een vak apart

Blog Wil- Gedragskundige, een vak apart

Al enige tijd werk ik nu als gedragskundige bij Zorggroep Achterhoek. Wanneer ik vertel dat ik gedragskundige ben kijken mensen mij soms vragend aan. Gedragskundige, wat doe jij dan eigenlijk?

Zo breed als de naam klinkt is ook mijn takenpakket. En dat is juist wat ik er zo leuk aan vind. Casuïstiekbesprekingen met de sociaal pedagogisch medewerkers, aansluiten bij interne en externe overleggen, rapportages lezen en schrijven, een testinstrument inzetten maar vooral: kijken naar gedrag.

Kijken naar gedrag en naar wat daaronder ligt

Want gedrag is iets fascinerends. Waarom doen mensen zoals ze doen? Onder gedrag ligt een ‘ijsberg’ aan overtuigingen, waarden en normen, motieven en karaktertrekken. Levenservaringen maken dat mensen bepaalde gedachten over zichzelf, de ander en de wereld hebben en dat zie je terug in gedrag. Zo zal de ene mens zich spontaan en vrolijk door het leven bewegen, terwijl een ander misschien verlegen eerst de kat uit de boom kijkt.

Deze onzichtbare ijsberg is vaak het onderwerp van gesprek. Samen met de cliënt en zijn begeleiders proberen we helder te krijgen welke behoeften er onder bepaald gedrag liggen. Fysiologische behoeften (eten, drinken, slapen) gaan voor op de behoefte aan veiligheid en nabijheid en die liggen weer onder de hogere behoeften aan sociaal contact, waardering en erkenning, zelfontplooiing (piramide van Maslow). Iemand die verslaafd is of honger heeft, zal eerder op zoek gaan naar middelen om zijn verslaving of honger te stillen dan dat hij werkt aan zijn vriendschappen of een vaardigheid probeert in te oefenen.

Piramide van Maslow

Kunnen versus aankunnen

Om gedrag echt te kunnen begrijpen leg ik de piramide van Maslow vaak naast de schaal voor emotionele ontwikkeling. Ik vind het namelijk belangrijk om niet alleen naar het cognitieve niveau te kijken, dat slechts een indicatie geeft van wat iemand intellectueel kan. Om te kunnen bepalen welke begeleidingsstijl past bij de ondersteuningsbehoeften van een cliënt vind ik het emotioneel ontwikkelingsniveau, dat een indicatie geeft van het aankunnen, veel helpender. Denk bijvoorbeeld aan een hoogintelligente cliënt die door zijn autisme snel overprikkeld raakt en het daardoor moeilijk vindt een eigen huishouden te runnen. Zo’n cliënt vindt het prettig wanneer de begeleider samen met hem naar zijn dagstructuur kijkt, met hem een planning maakt en hem herinnert aan zaken die hij door zijn volle hoofd dreigt te vergeten. Dit vraagt om aanwezigheid en nabijheid in het leven van zo’n cliënt. Niet om hem te controleren of de baas over hem te zijn maar om te zorgen dat hij zo zijn eigen leven kan leiden.

Andere cliënten hebben veel minder behoefte aan die nabijheid en aansturing, maar hebben het slechts nodig dat je er bent, aandacht hebt voor hun verhaal, instructie geeft op wat speelt en vervolgens het proces alleen maar volgt in het vertrouwen dat de cliënt dit zelf prima zal oppakken.

Waakzame zorg

De behoefte aan nabijheid en veiligheid is soms zo groot dat iemand de voortdurende nabijheid van anderen nodig heeft, zoals in onze locatie Groenendaal waar iedereen een eigen appartement heeft maar wel gedurende 24-uur een beroep kan doen op een begeleider of nachtwaker. Voor anderen kan aanwezigheid meer op afstand zijn, zoals bij onze ambulante cliënten, die in een eigen woning één of meerdere malen per week een afspraak maken met de begeleiders.

Per cliënt bepaal je dus het niveau van aanwezigheid. Hiervoor gebruik ik nog een ander model, namelijk dat van waakzame zorg (Haim Omer). Een flexibel model waarin je kan op- en afschalen naar drie niveaus van aanwezigheid.

Bij de ambulante cliënt ben je met elkaar in gesprek en je volgt wat er gebeurt. De cliënt is in staat om ook buiten het zicht van de begeleider te kiezen en te doen wat goed voor hem is. Je maakt bijvoorbeeld een boodschappenlijst en de cliënt regelt zelf dat hij de inkopen doet en een maaltijd klaarmaakt. Bij de andere cliënt verhoog je je aanwezigheid, je stelt meer vragen en neemt hem aan de hand. Je doet bijvoorbeeld samen boodschappen en helpt bij de voorbereiding van de maaltijd. In beide situaties is er sprake van een open, wederkerig contact. Je stemt samen afspraken af en onderneemt samen met de cliënt actie in zaken die de cliënt misschien lastig vindt.

Soms echter vindt een cliënt het niet prettig dat de begeleider zich met hem bemoeit, hij verzet afspraken of zegt ze af. In een enkele situatie wordt de deur niet meer opengedaan en wil de cliënt uit zorg. Dan kom je bij het hoogste niveau van waakzame zorg: de eenzijdige acties. Deze zijn alleen nodig als het niet meer lukt om met elkaar in contact te komen, maar er wel ernstige zorgen zijn. Dit betekent dat je soms tegen de wil van een cliënt ingaat door toch zijn huis in te gaan, de huisarts te bellen of anderen (familie, vrienden) te informeren.
Lijkt dit heel autoritair? In Nederland houden we niet zo van autoriteit omdat dit meteen de associatie oproept van ‘wie niet luisteren wil moet maar voelen’. Een vorm van autoriteit die gebaseerd is op macht en inderdaad alleen maar zorgt voor strijd en verwijdering van elkaar. Maar je kunt autoriteit of gezag ook op een andere, namelijk verbindende manier invullen. Door er voor de ander te zijn en te blijven, ook of misschien juist wel als die zich ‘misdraagt’. In de taal van geweldloos verzet Jij kan boos op ons zijn, ons wegsturen maar wij sturen jou niet weg. We laten je niet los, want we zijn bezorgd over je en zullen er alles aan doen om te zorgen dat het weer goed met je gaat.’ Als begeleider ben je nu eenmaal gezagsdrager, dat voelt soms ongemakkelijk maar je bent het wel. Want ook al ben je gelijkwaardig, je bent niet gelijk. Je draagt als begeleider verantwoordelijkheid voor het welzijn van de cliënten .
Mensen die mij kennen denken vast: daar gaat ze weer… Geweldloos verzet is haar stokpaardje. Dat klopt, maar ik denk dat het wel een mooi stokpaardje is, want het is een fijne manier om met cliënten in contact te zijn en blijven.

Een basishouding waar ik als gedragskundige niet om heen kan: kijken naar gedrag is juist ook kijken naar wat eronder ligt en op basis van de onderliggende behoeften verbinding te zoeken met de ander. Zonder de controle over die ander te willen nemen. Je hebt immers alleen controle over eigen gedrag en gedachten. Wel altijd met de wensen van de cliënt in het achterhoofd, maar niet twijfelend wanneer actie nodig is.

Dat dit in de praktijk soms een zoektocht is spreekt voor zich maar is voor mij juist één van de uitdagingen die het werken bij de Zorggroep Achterhoek zo boeiend maken!

Jij kan boos op ons zijn, ons wegsturen maar wij sturen jou niet weg. We laten je niet los, want we zijn bezorgd over je en zullen er alles aan doen om te zorgen dat het weer goed met je gaat.

Wil jij de collega worden van Wil?

Ben jij enthousiast geworden na het lezen van de blog van Wil? Kom jij ons team versterken? Bekijk hier de vacature en solliciteer!